Zoeken
A A A

Reageer op een nummer

Op de algemene inhoud uit verschillende nummers van De Reformatie kunt u m.b.v. het onderstaande formuliertje reageren. Reacties worden geplaatst nadat ze door de redactie beoordeeld zijn.

Reageer

  • dd/mm/jjjj

Reacties (10)

Mevr. Henriette Van Veen-Van Dasselaar

Reactie op De Reformatie van 4-11-2011

11 Nov 2011 om 15.01 uur

Wat zijn we als kerk kwijt geraakt? Henriette Van Veen-Van Dasselaar Een reactie op artikelen in de Reformatie van 4 november, m.n. op de artikelen van Wim van der Schee en Bram Beute. LEES VERDER onder Reageer>Ingezonden

Dhr. A.L. Visser

Reactie op De Reformatie van 28-8-2011

31 Aug 2011 om 10.32 uur

N.a.v.: Geweld tegen homo’s - Reformatie 21///jrg 86///26082011 pagina 486 Enkele opmerking na de conclusie: ”Ten diepste is dat een vorm van afgoderij, waarbij juist de kerk een kritische vinger moet leggen.” Deze confronterende conclusie wordt getrokken na de stelling: “Angst voor de confrontatie met homosexualiteit komt voort uit het gevoel dat deze bedreigend is voor de eigen (vooral mannelijke) sexuele identiteit. Dat verraadt dat mensen hun sexualiteit verabsoluteren en daar hun vertrouwen in stellen. Als je je helemaal happy voelt als jongen of als meisje - geschapen naar het beeld van God – en daarin je vertrouwen stelt, ben je ten diepste met afgoderij bezig. De kerk moet daar een kritische vinger bij leggen. Ja kom nou! Zo zijn we toch niet getrouwd!” Hier wordt met enkele diepe gedachten een swing gemaakt naar normalisatie van een afwijking die God niet in de schepping heeft gelegd. Moraal in de marge? Ambtsdragers wordt gevraagd te weren alles wat in strijd is met de Schrift. Houen zo! Maar hoe ga je daarmee om? In de praktijk van alle dag blijkt dat moeilijk te zijn. We hebben immers geleerd geduldig te zijn en elkaar lief te hebben. Enne … wie van u zonder zonden is, werpt de eerste steen. Joh. 8:7. We kijken wel uit voor we de eerste steen oprapen. Aan mijn lijf geen polonaise! In de wereld om ons heen staat hoog genoteerd: Liberté, Egalité et Fraternité. En ze hakten na de Franse Revolutie (1789) van de grafzerken alles weg wat op meer wees. De guillotine deed zijn werk rigoureus! Wij zijn een product van die wereld. Stiekem sloop satan binnen en sloeg zijn slag. En daar zitten we nu mee. Homofiel kun je zijn, evenals slechtziend, verstandelijk gehandicapt, erfelijk belast met MS, ADHD of AAVS. Crimineel mag je niet zijn. Dat is aangeleerd gedrag. Dat wordt gestraft als je verkeerde dingen doet. Met levenslang eventueel of de elektrische stoel. Maar waarom? Dat zit wellicht ook in je genen. Een verkeerd uitgangspunt in je opvoeding door je opvoeder laat dat verkeerde dominante gedrag zomaar bovendrijven. Ik ellendig mens! Wat doen we in de praktijk met Human Rights. We selecteren! Maar heb het lef niet om te selecteren op wat je niet zonneklaar ziet. Homofilie bijvoorbeeld of andere verborgen eigenschappen. Man en vrouw hebben we al gelijk gesteld. En de SGP heeft het geweten toen over hun standpunt ophef werd gemaakt. Gelijk de nek omdraaien met meerderheid van stemmen. Als je man en vrouw uitwendig bekijkt zie o zo duidelijke verschillen. Een arts die inwendig kan kijken ziet en voelt er nog meer. En een psycholoog kan je alles vertellen over het anders-zijn van man en vrouw. Elke leek ook trouwens. De laatste tijd lezen we veel in het ND over echtscheiding en de gevolgen daarvan voor het nageslacht. Kinderen hebben vader en moeder nodig blijkt uit elk onderzoek. Later betalen ze meestal de rekening als het tussen pappa en mamma fout gaat. Hoe waarderen we de sexuele revolutie van de jaren ‘60 en ‘70. Ø Sexualiteit mag niet alleen, maar moet zelfs als je mens bent. Ø Werden de ouders van Kars (ISBN 9789058040367) ook al niet met deze must geconfronteerd binnen de gehandicaptezorg? Ø Dat de mens recht heeft op sex kun je blijkbaar selecteren in The Human Rights. Ø Als ik met een visuele handicap geen recht heb op een baan bij de luchtmacht als piloot, of zo doof ben als een kwartel en niet mag meezingen in de Messiah dan doet niemand daar wat aan. Ø Als ik aangeboren of aangeleerd geen gevoel heb voor het andere geslacht mag ik volgens de Nederlandse wet in orgieën meedoen in Rotterdam, Amsterdam maar helaas niet in Moskou. Dat is even slikken dus. De ouders van Kars hebben na 25 jaar met veel pijn en onuitsprekelijk verdriet iets geleerd. Ø Zo moet misschien na zoveel jaar verdriet om de handicap een homo of lesbienne accepteren dat sex niet kan en mag met hetzelfde geslacht naar de norm van Gods Woord. Dat is heel moeilijk te accepteren. De bijbel is er duidelijk over. Die duidelijkheid moeten we elkaar leren. Ø Voor wetgeving zijn we te laat omdat de secularisatie ook de kerk aan het inpakken is. Onze eigen christelijke lotgenoten omarmen we met de liefde die Christus ons gaf. Hij leerde ons dat het leven meer is dan genot en gaf ons God als Vader door zijn eigen offer en opstanding ten leven.

Dhr. EHJ Altena

Reactie op De Reformatie van 1-7-2011

2 Jul 2011 om 11.38 uur

Breed gereformeerd. Over het redactioneel stuk van Ad de Bruijne. \'Een breed-gereformeerde kerk: daar verlang ik naar. In zo\'n kerk geloven we dat de Bijbel het Woord van God is en blijven we in lijn met de bedijdenis van vroeger(1). Tegelijk (2) geven we (3) eerlijk toe dat je dan nog allerlei onzekerheden en meningsverschillen (4) kunt hebben. (...) Wie daarnaar verlangt moet (5) één ding afleren. Stop (6) ermee verschillen in eigen kring zo principieel uit te vechten dat ze bijna kerkscheidend worden. (...) De ware kerk is veelzijdiger (7) dan vrijgemaakten vaak gewend waren. Het is een kerk waarin je samen zo aan Christus verbonden bent dat je de ander zo nodig nogal indringend durft bestrijden (8) en tegelijk hartelijk blijft aanvaarden (9). Een breed-gereformeerde kerk (10). Mijn reactie daarop: Als dit de droom van De Bruijne is, dan is het duidelijk waar de GKV naar toe groeit. In zijn stukje staan een paar zaken die je goed moet lezen en doorzien. 1. Hij spreekt van het in lijn blijven met de belijdenis van vroeger. De belijdenis is dus niet meer van deze tijd, maar iets ouds met minder zeggenschap voor nu? 2. Tegelijk, dat is een milder woord voor \'maar\'. Een dikke vette \'maar\' in dit geval. 3. We geven toe... Dat is dus een verplicht en voorgeschreven houding voor een kerklid. Je bent verplicht te twijfelen! 4. Onzekerheden en meningsverschillen worden in één adem genoemd, terwijl dat twee zeer verschillende grootheden zijn. Dat er miningsverschillen zijn, dat is evident. Maar door zo makkelijk te praten over de aanwezigheid van onzekerheden leg je een bom onder de boodschap van de Bijbel. Welke onzekerheden gaat het hier over? Zo geef je voeding aan je \'tegenstanders\'. Wat is er dan namelijk nog wel zeker, dat kan dan toch voor iedereen iets anders zijn? Hierover moet je zorgvuldig spreken! 5. Moet. Weer dwingend: ophouden met dat gezeur over niks! 6. Zie 5. 7. Ander woord voor veelkleuriger. Een woord dat je veel hoort en vaak misbruikt wordt om dwalingen te bedekken. 8. Dit is in tegenspraak met de eerdere opmerkingen over wat we moeten afleren. Iemand bestrijden wordt niet toegestaan! 9. Als je iemand wel bestrijdt, vinden ze je lastig en wordt je genegeerd. Je bent dan een rem, stoort het positieve proces. 10. Hoor ik hier de synodale kerk spreken in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw? Kijk wat daar gebeurd is met de boodschap van de Bijbel, het onderling samenleven en de persoonlijke levensheiliging. Volgens mij wijs ik op deze manier een aantal zaken aan, waar het gros overheen leest en denkt \'ja, klinkt best mooi, daar verlang ik ook naar\'. Hopelijk zijn er velen die dit soort stukjes ook beter (gaan) lezen en de drogredeneringen gaan doorzien. Beste mensen, laat u niet leiden door de menselijke kennis naar de onzekerheid van de twijfel, maar laat u door de Geest leiden naar de zekerheid van de Belofte!

Dhr. M. van Veelen, em. pred. Bergentheim

Reactie op De Reformatie van 25-3-2011

9 Apr 2011 om 21.02 uur

Er staan in de laatste Reformatie behartigenswaardige dingen over de Werkorde en vooral over rol van Generale Synodes daarin. Er is één aspect dat ze geen van beide aanroeren, maar dat mijn inziens wel aandacht behoeft. Ik heb jarenlang meegewerkt aan de opleiding van onderwijzers/essen. De Pabo brengt de studenten allerlei bekwaamheden bij. Wanneer ze aan het eind van de studie die bekwaamheden bezitten ontvangen ze de bevoegdheid om les te geven. Zonder bekwaamheid geen bevoegdheid. Hoe zit dat met een synode? Een synode is samengesteld uit eerbiedwaardige broeders. Gezien hun ambt als predikant of ouderling zijn ze bekwaam om te oordelen in zake van leer en leven. Al komen er wel problemen als het te beoordelen leven een ‘zondaar’ gevolg is van een psychische aandoening. Daar kan een psychiater over oordelen, maar een ambtsdrager stoot hier op zijn grenzen. Elke synode benoemt een aantal deputaatschappen om gespecialiseerde taken te verrichten. Uiteraard kijkt de synode bij de benoeming naar de bekwaamheid van zulke deputaten. Zo bestaat het Deputaatschap Herziening Kerkorde uit personen die stuk voor stuk hun sporen op het gebied van het (kerk)recht verdiend hebben. Gelukkig hebben de afgevaardigden op de GS een brede ervaring op kerkelijk terrein, zodat zij althans enigszins over de voorstellen van dit deputaatschap kunnen oordelen. Maar dat wordt bij andere deputaatschappen erg moeilijk. Deputaten Curatoren besturen de Theologische Universiteit. Dat is zeker tegenwoordig een zeer gespecialiseerde bezigheid. Kan een GS echt beoordelen of een nieuwe hoogleraar die de curatoren willen laten benoemen wetenschappelijk zijn mannetje staat? Nee, dat kan een GS niet. Het enige wat een GS in zo’n geval kan doen is een zeker vergaderritueel afwerken en met de voorgestelde benoeming akkoord gaan. Op hoop van zegen. Helemaal problematisch wordt het als een GS moet oordelen over kunst. Gedichten, kerkliederen behoren tot die categorie. Misschien is er onder de afgevaardigden een Hans Werkman, maar in zijn eentje legt zo’n deskundige natuurlijk geen gewicht in de schaal. Als andere afgevaardigden enig gevoel voor poëzie hebben is dat meegenomen, maar de GSA als geheel mist ten enenmale de bekwaamheid om over poëzie te oordelen. Ze kunnen zich de bevoegdheid daartoe wel aanmeten, maar ze missen eenvoudig de bekwaamheid. Dat is natuurlijk helemaal geen schande. Alle afgevaardigden zijn bekwaam als ouderling of predikant. Ze zijn ook bekwaam om als synodelid over zaken van leer en leven te oordelen. Maar de afgevaardigden zouden zelf zo verstandig moeten zijn om niet te willen treden in bekwaamheden die ze missen. Helaas heeft tot op heden nog niemand de moed daartoe opgebracht. Dit voorbeeld zou met meerdere kunnen worden uitgebreid. Hoe meer specialistisch de door een deputaatschap verrichte werkzaamheden, des te minder bekwaamheid is er bij de GS om deze werkzaamheden te kunnen beoordelen. Mijns inziens zou dat bij de afgevaardigden moeten leiden tot een even geringe bereidheid om tot zo’n een beoordeling over te gaan. Helaas blijkt dat niet het geval. Elk deputaatschap werd op tittel en jota en tot drie decimalen na de komma door de GS-en nagerekend. Geen wonder dat synodes maandenlang duren. Het heeft zelfs eens geleid tot een Psalmen berijmende synode. Nog een wonder dat daar een redelijk resultaat uit voortkwam. Kan het anders? Om bij het voorbeeld van het kerklied te blijven. De PKN laat zien dat het anders kan. Men benoemt een commissie van deskundigen en die commissie presenteert een Liedboek voor de kerken. En dat is het dan. Althans voor zo ver mij bekend. Op plaatselijk niveau zijn de GKv hier en daar al behoorlijk ver in dit opzicht. Veel kerkenraden houden zich alleen met hun kerntaak bezig. Allerlei activiteiten, die vroeger de agenda van de KR vulden, zijn gedelegeerd aan bekwame commissies. Dat blijkt prima te werken. Natuurlijk was het eerst wennen. Sommige kerkenraden hadden er moeite mee allerlei zaken echt te delegeren. Dat leverde soms conflicten op. Maar gaandeweg groeide het vertrouwen en nu gaat het prima. Daarmee is een kernwoord gevallen: vertrouwen. Blijkbaar hebben onze GS-en voldoende vertrouwen in de deputaten curatoren van de TU. Ze volgen die haast blindelings. Helemaal terecht. Blijkbaar heeft men datzelfde vertrouwen niet in andere deputaatschappen. Is dat ook terecht? Ik meen van niet. Maar ik acht het niet mijn taak deze problematiek in De Reformatie verder uit te werken. Ze gaat namelijk dieper dan het kerkrecht alleen. Hoe dit ook zij, het zou goed zijn dat een herziene KO de bevoegdheden van de kerkelijke vergaderingen uitsluitend verbond aan de bekwaamheid van die vergaderingen. Van GS tot KR. Is er deskundigheid nodig? Dan dient men aan bekwame deskundigen te delegeren en die deskundigen dan ook het vertrouwen te geven. Anders dreigt het gevaar van ondeugdelijk bestuur.

Dhr. W Pansier

Reactie op De Reformatie van 1-1-2011

13 Feb 2011 om 19.45 uur

Waarnemingen rond weerstand tegen het doopsformulier. In de Reformatie heeft ds Roosenbrand(hierna: R) een artikel gepubliceerd waarin hij zijn bedenkingen tegen het (gebruik van het) doopsformulier uit. Wel eerst het complete artikel lezen op de site, a.u.b. Dat is snel gedaan, en makkelijk gelezen. Samengevat komt het neer op: 1. formulieren werken niet meer 2. er wordt geen rekening gehouden met gasten in de kerkdienst 3. de kinderdoop wordt verdedigd 4. er wordt in betoogd dat kleine kinderen gedoopt behoren te zijn 5. de erfzonde heeft een plek 6. instemming wordt gevraagd met de leer zoals in de kerk alhier geleerd wordt 7. de belofte het kind in deze leer te (laten) onderwijzen 8. de plek die het verbond inneemt. Het zijn de kopjes die R gebruikt. Het leek R goed zijn ervaringen “met jullie” (wie zijn dat?) te delen, en hij is benieuwd naar reacties. Een en ander roept bij mij inderdaad reactie op. Ad 1. Formulieren werken niet meer. Het is waar dat een tekst die meermalen aangehoord is inboet aan attentiewaarde. Dat geldt ook voor de wet, de geloofsbelijdenis, catechismusvragen/antwoorden. Maar de waarneming dat bij zorgvuldig met elkaar bespreken van dit formulier de rijkdom van de gereformeerde doopleer naar voren komt doet mij de conclusie trekken dat het formulier prima werkt. Maar het gebruik in de eredienst doet aan als formaliteit. Iets waar men niet voor komt. Geldt dus ook wel voor avondmaalsformulier, ja voor alle standaardgebruiken. De zeggingskracht loopt terug. Anderzijds geeft een standaard ook continuïteit. Afschaffen van formulieren en catechismus, wetlezing etc. levert de kerken over aan de toevallige voorkeur van de voorganger. Dat kan heel grillig zijn. En kan bevorderen dat op den duur de kennis ook uitslijt. De vaste formulering van de beloften van de ouders mag blijven staan (waarom?) maar verder is R tegen alle standaardisatie. Volgens R voelt het ook vreemd aan wanneer voorafgaand aan het eigenlijke ritueel een onderwijsdeel plaatsvindt. Je kunt ook zeggen dat de doop in de kerk bestaat uit een lerend deel, een gebedsdeel en de feitelijke rituele handeling zelf. Als je niet weet waar de symboliek op wijst zegt zo’n doophandeling mij ook niet zo veel. Juist de leer over de doop geeft betekenis aan het geheel. Dan zou ik die leer niet weglaten. Gelet op de zuigkracht die evangelische theologieen uitoefenen lijkt mij dat er in de apologie nog een en ander te doen is. Ad 2. Er wordt geen rekening gehouden met gasten. Een eredienst is geen evangelisatiebijeenkomst. Mogelijk zijn er gasten die de betekenis van het geheel niet vatten. Die zullen ongeveer met alles onbekend zijn, vanaf het votum tot en met de zegegroet. Is dat erg? Helemaal niet. Als ik een dienst meemaak van RK of evangelische snit, heb ik ook uitleg nodig. Het idee dat een doopdienst of huwelijksbevestiging met name ook gericht moet zijn op eventueel niet gelovige aanwezigen in de zaal lijkt mij een misvatting. Een uitnodiging in het algemeen aan de aanwezigen om zelf gedoopt te geraken lijkt mij ook misplaatst. Nogmaals de eredienst is geen evangelisatiebijeenkomst. Bekeerden die gedoopt willen worden: prima natuurlijk maar daar gaat het in een doorsnee doopdienst niet om. En: wat is het benutten van je doop? Een merkwaardige uitdrukking. Een gebed voor ouders van kinderen die ongelovig zijn geworden vind ik wel een aansprekende gedachte. Juist voor hen kan een doopdienst schrijnend zijn – een gebed met troostrijke woorden kan balsemend zijn. Dat kan een voorganger heel wel toevoegen. Apart is ook de rol van de niet-gelovende ouder. Ik zie niet in hoe je van een ongelovige kan vragen het kind een christelijke opvoeding te geven. Je laat iemand iets beloven waarvan hij/zij de betekenis niet kan weten. Lijkt mij ethisch niet gepast. Ad 3. Verdedigen van kinderdoop werkt niet. Verwerpen van de kinderdoop is onder gereformeerden altijd als dwaling gezien. R houdt niet van het woord kinderdoop. Suggereert dat er meerdere dopen zijn. Dat lijkt mij ook het geval. De doopsleer van evangelischen is fundamenteel anders, zodat echt wel van een andere doop gesproken kan worden. Je zou kinderdoop ook verbondsdoop kunnen noemen, in tegenstelling tot belijdenisdoop. Omdat de gereformeerde leer steeds verder uitslijt is de verbondsleer ook steeds minder bekend en functioneel. Dat is naar mijn overtuiging de oorzaak dat de kinderdoop verdedigd moet worden. En de oorzaak dat zelfs GKVpredikanten ruimte vragen voor begrip t.a.v. andere theologieen. Het is vreemd dat binnen de GKV een Adrian Verbree opkomt voor verbondsmatig denken en tegelijk R dit relativeert. Steeds meer gemeenteleden zouden er achter komen dat een en ander niet zo zwart/wit ligt. Respect voor het andere standpunt zou moeten doorklinken in de eredienst. Tja, dit is inderdaad een contrast met de toonzetting van het formulier en bijv. HC en NGB. Daar niks respect voor standpunt wederdopers. R vindt de tekst van het formulier ongemakkelijk, alsof we willen scoren op tegenstanders. R ziet wel in dat evangelischen met hun belijdenisdoop veel agressiever naar gereformeerde kerken opereren dan andersom. En uiteraard is een dienst niet bedoeld voor theologische conflicten. Wel voor compleet onderwijs, wat het formulier beoogt. En wel publiek. Als daar mensen in de kerk zijn die er anders over denken lijkt mij dat helemaal niet erg. Ad 4. Behoren of mogen. Het formulier stelt dat kinderen behoren gedoopt te zijn. Als de doop wordt geacht in plaats van de besnijdenis gekomen te zijn als teken van het verbond, is die formulering ook niet vreemd. De Bijbel is hier niet tolerant. De zuigelingen mochten niet, maar moesten besneden worden op de 8e dag. R gebruikt liever mogen, om daarmee de verwondering uit te drukken over het bij Christus horen ondanks de zonde. De uitdrukking behoren gedoopt te zijn zou klinken als een theologisch statement. Ik zie de tegenstelling niet. Ik denk dat R een andere uitleg geeft aan het behoren dan het formulier bedoelt. Natuurlijk zit de verwondering er ook in (in het formulier meer als dankbaarheid uitgedrukt), maar dat doet aan het betoog van het behoren niets af. Ad 5. De erfzonde. De gereformeerde leer heeft geen rooskleurig beeld van de oude mens. En ja, ook een lief baby’tje moet worden wedergeboren (weten we nog wat dat is?). De leer van de erfzonde geeft reliëf aan de genade van God. Wie de schuld van de mens verdoezeld doet daarmee afbreuk aan de grootte van het offer van Christus. Laat het schuldig en zondig ter wereld gekomen zijn maar gewoon staan. Ik zou ook niet willen spreken van kortsluiting. Wel van contrast. Dat behoeft uitleg. Die geeft de Bijbel ook. R blijkt ook bezwaar te hebben tegen de aanspreekvorm “u”. Die vorm lijkt me voor een formeel gebeuren als de doop niet verkeerd. Dan volgen drie bezwaren. Als eerste zegt de leer over de zonde iets over de ouders, de gemeente en daarmee impliciet iets over de dopeling. Dat lijkt niet in tegenspraak met de doopsleer. Immers, het wordt aan de ouders gevraagd. Die doen telkens met dopen een soort belijdenis. Die weten dus ook precies hoe het zit met die erfzonde: de doop wordt bediend aan kinderen van gelovige ouders. Het tweede bezwaar gaat over de mensleer als geheel, waarvan de leer over de erfzonde een deel is. Ofwel, met de opmerkingen over erfzonde is niet de gehele mens in beeld gebracht. R stelt zich voor dat men God als Schepper nog wel kende in de tijd dat het formulier ontstond, maar dat dit nu niet meer vanzelfsprekend is. Pardon? Weten kerkmensen niet meer van God de Schepper? Je overvraagt de doop als je alles erin wil stoppen. Het sacrament van de doop verwijst naar het verbond en de afwassing der zonden. Logisch dat het formulier ingaat op de mens als zondaar. Als derde bezwaar wordt geopperd dat wanneer je voor het eerst in de kerk bent en je hoort over de zondeleer (overigens: de baby hoort niets) wek je als kerk de indruk dat de leer over de mens en leer over de zonde samenvallen. Dat is onbarmhartig voor hen die geleden hebben onder dit samenvallen. Ik moet drie keer lezen voor ik begrijp waar R het hier over heeft. De kerk bestaat toch niet alleen uit doopdiensten? En waar is een zondeleer die het mens-zijn ontkent? En hoezo dit samenvallen? Het beeld van God als zou Hij onvoorwaardelijk van je houden zoals je bent is wel breed gangbaar, maar niet gereformeerd. Juist de doop laat zien dat God niet van je houd zoals je bent. Daar is bekering en afwassing van de zonde voor nodig. Ten diepste is dit een blijde boodschap, en ik zie niet goed in hoe je mensen hiermee tiranniseert. Ad 6. Zoals in de vrijgemaakte kerk geleerd wordt. Vroeger werd gesteld dat de GKV de enige ware kerk was, en daarom roept de zin zoals hier in de christelijke kerk geleerd wordt een allergische reactie op. Via een achterdeurtje toch weer ware kerk? De zinsnede kan gemakkelijk worden betrokken op de locale gemeente, en dan lijkt mij er ook geen spanning te ontstaan. Maar R heeft wellicht wel een punt dat de GKV wat allergisch is voor haar eigen geschiedenis. Ad 7. Onderwijzen en laten onderwijzen. Decennia lang heeft dit de uitleg gekregen die toegespitst werd op het eigen gereformeerde onderwijs. Terwijl R m.i. wel gelijk heeft dat het daar niet primair om gaat. Kwestie van uitleg. Ad 8. Het verbond. R heeft weinig fiducie in het kennisniveau: Noch en de Farao zegt de mensen niets meer. Kritiek is er op het nauw verbinden van de doop met het verbond, terwijl het vanuit het NT meer voor de hand zou liggen het ter sprake te brengen vanuit de eenheid met Christus. Komt wel ter sprake, maar is niet structuurbepalend voor de uitleg van de doop. Ouders vinden een doopdienst wel mooi en fijn, maar het moet wel uitnodigend zijn, bevestigend en bemoedigend. De uitsmijter is de vraag van een aanstaande moeder die de uitleg wel mooi vind maar toch pleit voor afschaffing van formulier. Inmiddels zijn wel een paar weken verder. In het ND zag ik een ingezonden van de kerkenraad van de gemeente waar R predikant is. Verdedigend: R is heus wel gereformeerd en het is flauw van ingezonden stukken op te roepen tot censuur. Die voorgaande ingezondenen heb ik gemist, maar dat lijkt mij ook niet ernstig. Het is trouwens wel erg naïef, het doet me denken aan George Harinck die verstrekkende opmerkingen in een interview maakte (over homosexuelen of vrouw in ambten oid) en zich achteraf verwonderde over ophef. Wat hier van te denken? Mij blijft hangen: - bij doopdiensten heeft R vooral gasten op het oog. Alles wat die niet meteen begrijpen, moet verwijderd worden. - Ik proef spanning tussen de klassieke gereformeerde verbonds- en doopleer en dat wat R tussen de regels te berde brengt. Ik leid dat af uit de roep om een plezierig optimistisch mensbeeld (geen accent op erfzonde, dat is slechts een aspect), accent verleggen van verbond naar eenheid met Christus - De constatering dat bij veel gemeenteleden vragen gesteld worden bij de traditionele leer (met bijbehorende begrip voor geloofsdoop) en gang van zaken. In deze zin is het een illustratie van de verschuivingen binnen de GKV: weinig apologie van klassieke leer en veel inspiratie opdoen bij andersgelovenden. - Het laatste punt is te kort om te begrijpen wat R wil bij de verschuiving van verbondsmatig denken naar christologisch denken. Ik zie de tegenstelling niet zo, maar de tekst van R roept wel vragen op. Misschien verantwoordt hij dat nog eens. Al met al kan R mij niet zo overtuigend dat er van alles mis is met het formulier, niet ten laatste vanwege het bestaan überhaupt. De doopdienst is primair niet voor gasten, maar een dienst voor de gemeente waar het sacrament beleefd wordt. Wie niet geloofd heeft ook niets aan het sacrament, dat is helder. Als er kennelijk zoveel vragen leven (of zoveel van de leer van een vraagteken wordt voorzien) is het onderwijs van het doopsformulier dubbel hard nodig. Opmerkelijk is ook dat de Reformatie zo’n stuk plaatst. Hier moet wel een bepaalde strategie achter zitten om de goegemeente rijp te maken. Maar wellicht is dit zwartdenken. 2011-02-13 wp

Mevr. Ria Borkent

Reactie op De Reformatie van 11-2-2011

12 Feb 2011 om 12.49 uur

De redactie vraagt naar onze ervaring met de reeks Commentaar op het Nieuwe Testament. Ik maak er geregeld gebruik van als ik een kerklied of Schriftgedicht schrijf door de betreffende passage erbij te lezen. Vaak brengt het mijn gedachten/verbeelding verder op gang. Ik moet me beheersen de taalvondsten niet over te nemen, dat is het lastige eraan :) maar de achtergrondinfo helpt me om bijv. chronologie en plaats van handeling helder te krijgen, de motieven te doorgronden, verder te komen bij dilemma\'s en zinspelingen. Bij de bijbellezing thuis grijpen we naar Van Bruggen, Van de Kamp, als de lezing een vraag achterlaat. Een discussie eindigt dan met een nieuwsgierige knik naar de boekenkast: wat zeggen zij ervan? We zouden er meer mee willen doen, deze boeken zijn niet voor niets geschreven. Ik herinner me hoe ik het deel Paulus in de caravan las, en hoeveel plezier dat opleverde, kattebelletje met vragen/opmerkingen ligt nog achterin. M\'n zwager leest na kerktijd als de preek over het NT gaat CNT erbij, zoals anderen een Bachcantate opzetten die in de gang van het kerkelijk jaar past. Muziek, taal en theologie, als geliefde zusters. We zijn als generatie te feliciteren met deze serie van 24 boeken die in 24 jaar voltooid is. De associatie van dr. Erik de Boer met de 24 oudsten is geestig, maar wie zijn die oudsten eigenlijk? Dat zoeken we op. (dr. H.R. van de Kamp, Openbaring, profetie van Patmos, p. 167 e.v.).

Dhr. Henk Folkers

Reactie op De Reformatie van 24-9-2010

24 Sep 2010 om 12.24 uur

Liedbundel of kerkboek De discussie vraag in De Reformatie van 24 september 2010, of er behoefte is aan een nieuwe liedbundel, is te smal. Want hoe je het ook wendt of keert, we zullen aan een geheel nieuw kerkboek niet ontkomen. De vraag is alleen: wat moet er in en wat niet. Het kerkelijk leven is zo dynamisch en gevarieerd geworden, dat de ontwikkelingen niet meer zijn bij te houden. Bovendien is de techniek zo ver gevorderd dat je jezelf moet afvragen: waarom nog een kerkboek? Omdat we als gereformeerde kerken toch vooral gemeenten als Berea willen zijn, waar het mondige kerklid zelf de bijbel naspeurt of ‘deze dingen alzo zijn’, pleit ik hartstochtelijk voor het behoud van een kerkboek voor thuis en in de eredienst. Maar als het gaat om de vraag: wat moet daarin, dan ben ik van mening dat we ons beperkingen moeten opleggen. Wat mij betreft als volgt: 1. De standaarduitgave van de nieuwe Bijbelvertaling, in de herziene editie, die in de maak is. Tot zolang moeten we in ieder geval het project van een eigen kerkbijbel uitstellen. 2. Het nieuwe liedboek van de kerken, inclusief de psalmberijming. Deputaten voor het kerklied stellen een synode beargumenteerd voor welke psalmberijmingen en liederen niet in een gereformeerde eredienst passen en daarom geweerd worden. 3. Deze Bijbelvertaling met liedboek verschijnt waarschijnlijk in één band voor de breedte van de protestantse kerken. Om tal van redenen ondersteun ik het beleid dat bij dit project wil aansluiten. 4. We ontkomen er niet aan vervolgens een eigen bescheiden bundel te maken voor wat absoluut noodzakelijk is in een gereformeerde eredienst: a. Voor de afgekeurde psalmberijmingen komen berijmingen in de plaats vanuit het gereformeerd kerkboek. Volgens mij zal het aantal de 25 niet hoeven te overstijgen. b. Enkele klassieke gezangen (maximaal 50), die in het nieuwe liedboek geen plaats ontvangen hebben, kunnen worden toegevoegd. c. Belijdenissen en liturgische formulieren krijgen een plaats, geredigeerd naar het taalkleed van de NBV. 5. En al die andere gezangen dan? En de liederen uit opwekking? Het zou interessant zijn een enquête te houden over het gebruik er van. Mijn ervaring is dat deze liederen nogal tijdgebonden zijn. Daarom kunnen ze een plaats krijgen in een open bestand, beheerd door deputaten kerkmuziek, waaruit voor de beamer en de kopieermachine, onder verantwoordelijkheid van liturg en kerkenraad, geput mag worden. Op die manier kunnen zonder probleem en naar behoefte liederen worden toegevoegd en afgevoerd. Auteursrechten worden via deputaten geregeld. 6. Zo komt er enerzijds weer enige orde in de zaak, terwijl anderzijds de boel niet wordt dicht getimmerd. Ik bid beleidsmakers en beleidsbeslissers wijsheid toe. Henk Folkers, ad hoc hulpprediker in Pretoria RSA en oud voorzitter van deputaten eredienst.

Dhr. K. van den Geest

Reactie op De Reformatie van 27-8-2010

31 Aug 2010 om 19.37 uur

Korte reactie op het artikel \"Jong, ouder, oudste\" (t.a.v. de schrijfsters) Interessant artikel, voor mij wel eye opener als het gaat om \"hoe kijk je eigenlijk tegen senioren aan\". Toch enkele kanttekeningen: Geconstateerd wordt: senioren ervaren gebrek aan contact met jongeren; er is de klacht van \"onwenselijk\" doelgroepenbeleid en van een \"overdaad\" aan aandacht voor jongeren in de kerk. Ook ervaart men een verschil in leefwereld en geloofservaring. Met als gevolg \"intern-kerkelijke\" spanningen. Dit zou verband houden met een verouderde denkwijze vanuit verminderde capaciteit van ouderen. En dan deze zin: \"Terwijl de senioren zelf zich niet terugtrekken uit de samenleving, blijkt de (kerkelijke) samenleving zich wel van hen terug te trekken vanuit een achterhaald idee over ouderdom\" (p. 567). Mijn vraag is: is doelgroepenbeleid (i.c. gericht op jongeren)inderdaad \'onwenselijk\'? Dit roept bij mij de vraag op, welke vragen aan de geinterviewde ouderen gesteld zijn. Een dergelijk \"doelgroepenbeleid\" kan immers een welbewuste, goed onderbouwde en te rechtvaardigen keuze zijn van kerkenraden. En dit juist gezien het geconstateerde verschil in leefwereld en geloofservaring! Als ouderen zich zo naar de samenleving toekeren, waarom dan niet naar de jongeren in de kerk? Zouden zij niet een voorbeeldige (van \'voorbeeld\') houding kunnen tonen door zich juist te verdiepen in die andere leefwereld en geloofsbeleving? I.p.v. daarover negatief te spreken? Nemen sommige ouderen daarmee niet zelf afstand van de huidige samenleving? Voelen sommigen zich niet daarom vervreemd, ook van de kerkelijke samenleving? Zou die vervreemding niet juist wegvallen als zij positieve aandacht aan die andere leefwereld zouden besteden? Het is daarom voor mij zeer de vraag, of de conclusie gerechtvaardigd is, dat de \"(kerkelijke) samenleving zich van de senioren terugtrekt\"(en dat nog wel vanuit een verouderd ouderenbeeld!). Zou het niet (minimaal ook) andersom kunnen zijn? Opvallend vind ik dan ook, dat in dit verband gesproken wordt over \"intern-kerkelijke spanningen/tegenstellingen\". Is dat niet juist het punt: dat vele senioren zo intern gericht denken en zo op de kerk (i.t.t. op de wereld) gericht zijn? Wat ik dus mis is de contextuele component: tussen jong en oud ontstaat vaak een communicatieprobleem, omdat ouderen \'modern\' en jongeren \'postmodern\' denken (ik gebruik deze termen even kortheidshalve en hier nu te generaliserend). Dat betekent, dat de kerk voor sommige (veel?) jongeren nauwelijks relevant meer is.Terwijl veel ouderen geloof en kerk bijna identificeren. M.a.w.: hier is een diepere peiling nodig. We moeten oppassen, dat een onderzoek zo maar leidt tot waardeoordelen over \'verouderde visies op ouderen\'. Bovendien lijkt het erop, dat sommige ouderen zelf ook meer dan ze erkennen door het postmoderne virus zijn aangetast. Ze lijken te zeggen: al die aandacht voor kinderen en jongeren in de kerk gaat ons te ver, wanneer zijn wij aan de beurt? Als senioren weer geloofwaardig mee willen doen in de samenleving, ook die van de kerk, dan zou het prachtig zijn als ze als Christus zichzelf nederig achten en de ander uitnemender. Ik dank God als ik zulke ouderen tegenkom! Ze zijn van onschatbare betekenis voor de komende generaties! En ze staan met open vizier in de wereld, omdat we een missie hebben. Psalm 92: 15 en 16! K. van den Geest

Dhr. Aldert L. Visser

Reactie op De Reformatie van 2-7-2010

6 Jul 2010 om 21.49 uur

Woord en beeld Tekenend dat het woord beeld in de illustratie is weggevallen. Dit artikel is sprekend in beeld als vervolg op het artikel van A.R.Rop (jrg 85-nr 4 & 20). Het bespreekbaar maken van beelden in de kerk is niet van vandaag of gisteren. Sinds de REFORMATIE van de 16e eeuw en het werk van diverse theologen daarna is het beeld de kerk uitgewerkt omdat het verkeerd werd gebruikt. Dat is een uitstekende ingreep geweest. Je moet wel chargerend werken als je gehoord wil worden. God wil niet via beelden aangebeden worden. Vandaar de oproep: Gij zult u voor die niet buigen noch hen dienen. Het tweede gebod gaat over niet dienen mogen van afgoden. Het gaat helemaal niet over afbeeldingen als boeken voor de \"leken\". Dat hebben Ursinus en Olevianus ervan gemaakt. Vóór de Reformatie is dat beeld in de kerk uit de hand gelopen. In de RK is beeldendienst helaas nog van toepassing. Ze laten daar nog beelden huilen en bloeden. Na de Reformatie is met het badwater het kind weggegooid. Daar kunnen we in eerste instantie best begrip voor hebben. Maar in onze gereformeerde cultuur en ons leven bij het Woord is dat beeld achterhaald. Stilzwijgend staan we zoveel plaatjes toe in bijbels en kinderbijbels terwijl de HC vr/antw 98 de leer verkondigt dat God niet d.m.v. afbeeldingen ons wil laten onderwijzen. Als we de tekst van antw. 98 goed lezen, komen we tot de ontdekking dat hier de waarheid geweld wordt aangedaan. Het aanbidden van beelden en gebruikmaken van beelden wordt op één hoop gegooid. Het wordt echt tijd dat onze theologen deze tekst kritisch durven herschrijven en de leugen van antw. 98 elimineren. Jezus ging ons voor met beeldend onderwijs. Overal haalde hij de “plaatjes” vandaan om de mensen te laten zien hoe groot en machtig de drieënige God is. Als je daar voorbeelden van wil zien dan kan ik ze je bij handenvol geven ook uit het Oude Testament. Nu zitten we nog steeds met de gebakken peren. – ook in onze kerk plaatselijk en landelijk. God komt - Christus geeft het voorbeeld - en doet een beroep op al onze geschapen zintuigen opdat we maar zullen/kunnen geloven. De uitdaging van Froukje (jrg 85 nr 29) vraagt daarom op korte termijn om een ingrijpend theologisch vervolg. Wie durft?

Dhr. J Troost

Reactie op De Reformatie van 7-5-2010

9 May 2010 om 21.42 uur

Mijn eerste reactie is: ja natuurlijk. Ik ga er vanuit dat met de kerk wordt bedoeld de gemeente, het \"lichaam van Crhristus\" Christus is immers onze redding, hoe zouden we anders kunnen dan gepassioneerd kunnen zijn over de gemeente van Hem. Dit is dus meer dan alleen het er over spreken. We voelen ons ermee verbonden. Het bepaalt ons leven met Hem als het goed is. Je doet actief mee met het gemeenteleven en zoekt steeds het goede voor de kerk, de gemeente.